Als het echt spannend wordt: Herken en stel je grens! Empathische confrontatie en limit setting bij grensoverschrijdende modi

 

Truus Kersten

Trefwoorden: Empatische confrontatie, limit setting, grensoverschrijdende modi, eigen schema’s, therapeut

Kennisniveau/doelgroep: Minimaal basiscursus schematherapie 25 uur.

Voor professionals die werken met patiënten met Cluster B problematiek met grensoverschrijdende modi in de therapiekamer (volwassenen, jongeren en hun ouders)

Inhoud workshop

In de Forensische Psychiatrie en Verslavingszorg wordt het regelmatig ‘spannend’ in de therapiekamer door grensoverschrijdend gedrag van patiënten. Verbale) agressie, dreiging, schelden, intimidatie, onder druk zetten, kleinering, vernedering, manipulatie of passief-agressief gedrag horen bij de Cluster B-problematiek van onze patiënten. We zien omkerende schemamodi als de zelfverheerlijker, aanval-en pestmodus, het roofdier en de manipulatie-en bedrogmodus. Empathisch confronteren en begrenzen van deze modi is dan noodzakelijk om (1) de veiligheid in de kamer voor therapeut en patiënt te waarborgen en (2) het achterliggende boze en angstig-wantrouwende kind te bereiken. Forensisch werkende hulpverleners volgen standaard fysieke- en mentale weerbaarheidstrainingen in wat te doen als het echt spannend wordt; forensische schematherapeuten werken veel met empathische confrontaties en limit setting, belangrijke interventies in de therapeutische relatie vanaf het begin van een schematherapie. Ook in de Jeugdzorg worstelen hulpverleners met hetzelfde grensoverschrijdende gedrag van jongeren én hun ouders, waardoor grenzen stellen ook vaak nodig is.
In de reguliere GGZ komt grensoverschrijdend gedrag van patiënten ook voor, maar daar is de uitingsvorm vaak wat subtieler en wordt het niet altijd herkend. Narcistische, verborgen narcistische, perfectionistische en (passief-) agressieve modi zijn soms minder duidelijk aanwezig. Maar ook deze modi kunnen wel degelijk ‘spanning’ (schema’s) oproepen bij de therapeut en het therapieproces blokkeren. Empathische confrontatie en limit setting zijn ook hier noodzakelijk om verder te komen in de therapie en om bij het eenzame, misbruikte, verlaten en verwaarloosde kind te komen.

Grensoverschrijdende modi roepen per definitie ‘spanning’ op bij de therapeut: door de dreiging, vernedering of druk vanuit de modus van de patiënt én door de opgeroepen eigen schema’s van de therapeut.

In deze workshop willen we graag onze forensische expertise in het herkennen van en werken met grensoverschrijdende schemamodi delen met schematherapeuten die werken in de GGZ, jeugdzorg en natuurlijk ook de forensische psychiatrie en verslavingszorg. We werken daarbij met casuïstiek van deelnemers, met jullie ‘moeilijke’ patiënten die ‘spanning’ oproepen door de druk, vernedering of dreiging die ze opleggen vanuit verschillende grensoverschrijdende modi.
We besteden aandacht aan het herkennen van allerlei verschillende (seksueel) grensoverschrijdende modi, zowel subtiel als direct ‘in your face’, staan stil bij het begrip ‘omkerende’ modi en leggen uit dat niet alle omkerende modi grensoverschrijdend hoeven te zijn, we laten deelnemers ervaren hoe deze modi eigen schema’s van de therapeut oproepen, maken een interactie-analyse en we oefenen in subgroepen met empathische confrontatie en limit setting bij deze modi.

Leerdoelen

  • Je hebt kennis over verschillende soorten grensoverschrijdende modi en over ‘omkerende modi’
  • Je herkent grensoverschrijdende schemamodi van patiënten in de therapiesessie
  • Je herkent je eigen reactie op dergelijke modi en kunt die koppelen aan een eigen schema/modus
  • Je weet wanneer empathische confrontatie geïndiceerd is en wanneer limit setting
  • Je past een empathische confrontatie en limit setting toe op een grensoverschrijdende modus

Werkvormen

  • Theoretische inleiding
  • Groepsimaginatie
  • Oefening grenzen voelen in je lijf
  • Demonstratie-rollenspel
  • Oefen in subgroepen met technieken

Literatuur

  • Behary, W. (2020). The art of empathic confrontation and limit setting. In G. Heath & H. Startup (Eds.), Creative methods in schema therapy: Advances and innovation in clinical practice (pp. 227–236).
  • Behary, W. T., & Diekmann, E. (2011). Schema therapy for narcissism: The art of empathic confrontation, limit-setting, and leverage. In W. K. Campbell & J. D. Miller (Eds.), The handbook of narcissism and narcissistic personality disorder: Theoretical approaches, empirical findings, and treatments (pp. 445–456). John Wiley & Sons.
  • Brockman, R., Simpson, S., van der Wijngaart, R., & Smout, M. (2023). The central task of limited reparenting: Balancing nurturance and boundaries. In The Cambridge guide to schema therapy (pp. 123–128). Cambridge University Press.

 

 

Spreker

Dr. Truus Kersten is GZ-psycholoog, Supervisor VGCt en Vereniging voor Schematherapie (VSt) en EMDR-practitioner. Zij is meer dan 20 jaar werkzaam bij FPC de Rooyse Wissel en heeft daarnaast haar eigen opleidingspraktijk, De Akkerdistel. Zij is gespecialiseerd in forensische schematherapie bij patiënten met persoonlijkheidsstoornissen, agressie en verslavingsproblematiek.
www.akkerdistel.nl