De kracht van de stoel: ervaring, onderzoek en innovatie in schematherapie

Elise van der Stouwe
UCP, UMCG

Tags doelgroep

Volwassenen

Tags thematiek en problematiek

Overig

Beknopte samenvatting van het symposium

De stoelentechniek is een centrale interventie binnen de Schematherapie en wordt ingezet om dialogen tussen schemamodi experiëntieel vorm te geven. Hoewel de techniek breed wordt toegepast en klinisch als krachtig wordt beschouwd, is het empirisch fundament versnipperd en wordt de interventie door zowel cliënten als therapeuten vaak als intens en spannend ervaren. Tegelijkertijd roept toepassing in verschillende contexten en doelgroepen vragen op over werkzame factoren en optimale randvoorwaarden. Nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals Virtual Reality (VR), bieden bovendien mogelijkheden om deze klassieke techniek verder te ontwikkelen.

Dit symposium brengt drie complementaire perspectieven samen op de stoelentechniek. In de eerste bijdrage door wordt er door Julie Krans een overzicht gegeven van wetenschappelijk onderzoek naar stoelentechniek, met aandacht voor effecten en ervaringen van cliënten en therapeuten. Vervolgens richt Box Baxendell zich in de tweede bijdrage op groepsschematherapie voor moeilijk behandelbare depressie en presenteert hij kwalitatieve bevindingen over werkzame en belemmerende factoren, waaronder de rol van experiëntiële technieken en groepsprocessen. Tot slot introduceert Elise van der Stouwe in de laatste bijdrage een innovatief onderzoeksproject waarbij Virtual Reality wordt toegepast om rechstreeks in dialoog te gaan met schemamodi avatars.

Gezamenlijk bieden deze bijdragen inzicht in de werking, toepassing en toekomst van stoelentechniek. Een centraal thema is de balans tussen emotionele activatie en veiligheid, evenals de vraag welke mechanismen – zoals imaginatie, emotionele doorleving of therapeutische relatie – bijdragen aan verandering. Het symposium verbindt wetenschap, klinische praktijk en innovatie, en biedt zowel concrete handvatten voor therapeuten als aanknopingspunten voor toekomstig onderzoek.

Lezingen symposium

Julie Krans
Radboud Universiteit & Pro Persona

Kernwoorden

Stoelentechniek, wetenschappelijk onderzoek, ervaringen

Introductie

Stoelentechniek is een centraal onderdeel van schematherapie. Dit is vaak een spannend onderdeel voor cliënten en ook vaak voor therapeuten. Maar wat is er eigenlijk bekend vanuit wetenschappelijk onderzoek over de effecten van het gebruik van stoelen voor therapeutische doeleinden? Wat zijn de ervaringen van cliënten en therapeuten met het gebruiken van stoelen? Komt dit overeen met wat we van de stoelentechniek verwachten binnen een schematherapeutisch kader? En welke lessen kunnen we trekken uit deze resultaten voor de eigen dagelijkse praktijk?

Materiaal en methodes

Om deze vragen te beantwoorden is er een narratief literatuuronderzoek gedaan (Krans & Van der Wijngaart, 2022). Hiervoor zijn de databases van PsychINFO en Web of Science doorzocht met relevante steekwoorden (zoals ‘chair work’), en overige bronnen geraadpleegd (zoals boeken en professionele publicaties over stoelentechniek). De gevonden publicaties werden gescreend op relevantie, bijvoorbeeld of ze ook daadwerkelijk over stoelentechniek gingen (tip: sluit disciplines zoals ‘art, ‘engineering’, en ‘occupational health’ uit van je zoekopdracht…) en of er daadwerkelijk nieuwe empirische data was verzameld. Tot slot hebben we de resterende onderzoeken georganiseerd naar therapeutische stroming, vergelijkende conditie (bv cognitieve technieken), (klinische) populatie, en onderzoeksdesign. Uit de resultaten van deze onderzoeken hebben we tot slot de belangrijkste inhoudelijke thema’s en conclusies gedestilleerd.

Resultaten

De meeste studies naar de stoelentechniek komen uit de Gestalt therapie, hoewel de studie met het sterkste design uit de koker van schematherapie komt. De studies zijn zeer divers in hoe de stoelentechniek werd ingezet, de doelgroep, de vergelijkende interventie, en de onderzoeksopzet. Er waren twee soorten onderzoek te onderscheiden: studies naar de effecten van stoelentechniek, en studies naar de ervaringen van cliënten en therapeuten met stoelentechniek. Stoelentechniek gaf over het algemeen veranderingen in perspectief en inzicht op een cognitief niveau, maar werd wel beleefd als een emotionele oefening. Het leidde tot een gevoel van controle over interne processen en soms ook tot afname van klachten. Zowel cliënten als therapeuten vonden het spannend om aan een stoelentechniek te beginnen. De emotionele impact was vaak groot voor cliënten, waarbij therapeuten met minder training ook terughoudend waren uit angst voor een (te) intensieve emotionele ervaring. Online ervaringen leidden tot specifieke tips in de uitvoering, en werden over het algemeen positief ontvangen.

Discussie en conclusie

Stoelentechniek lijkt therapeutisch in het teweegbrengen van een doorleefde cognitieve verandering. Het is spannend om te doen, voor zowel clienten en (minder ervaren) therapeuten. Het kan daarom prettig om duidelijke kaders te geven bij een oefening. In hoeverre de stoelentechniek zoals ingezet in schematherapie nog eigen specifieke effecten heeft die passen bij het behandelmodel is nog onduidelijk.

Klinische implicaties

De meeste onderzoeken kwamen uit een andere therapiestroming voort. Erg geschikt en leuk onderwerp voor verder onderzoek dus, bijvoorbeeld tijdens je KP-opleiding. Of wissel er eens over van stoel of gedachten met je onderzoeks- of klinische buddy!

Referenties en literatuur

  1. Krans, J., & Van der Wijngaart, R. (2022). Wetenschappelijk onderzoek naar de Stoelentechniek. In
  2. Van der Wijngaart, Stoelentechniek – Theorie en Praktijk. Bohn Stafleu van Loghum.

Bob Baxendell
Pro Persona

Kernwoorden

werkzame factoren, kwalitatief onderzoek, depressie

Introductie

Moeilijk behandelbare depressie (MBD) wordt gekenmerkt door aanhoudende depressieve symptomen ondanks eerdere behandelingen. Groepsschematherapie (GST) wordt steeds vaker toegepast bij deze doelgroep, maar kennis over de werkzame factoren is nog beperkt. In deze kwalitatieve studie onderzochten wij hoe patiënten met MBD GST ervaren, met aandacht voor helpende en belemmerende factoren.

Materiaal en methodes

Dertien patiënten met MBD werden geïnterviewd na afloop van 20 groepssessies GST. De interviews werden geanalyseerd met behulp van thematische analyse, gericht op het identificeren van terugkerende patronen in ervaringen van deelnemers. Zowel bevorderende als belemmerende factoren binnen de therapie werden systematisch in kaart gebracht. Resultaten De analyse liet zien dat groepsprocessen, therapeutische afstemming en experiëntiële technieken belangrijke bevorderende factoren zijn binnen GST. Tegelijkertijd werden ook belemmeringen gerapporteerd, waaronder lastige groepsdynamieken, de belasting van huiswerk en de complexiteit van het schemamodel. Stoelentechnieken maakten interne patronen concreet en voelbaar, wat als helpend werd ervaren, maar ook als spannend en soms overweldigend.

Discussie en conclusie

De bevindingen suggereren dat GST herstel kan ondersteunen door het doorbreken van disfunctionele patronen en het opdoen van corrigerende emotionele ervaringen en het bevorderen van gedrag dat wordt aangestuurd door de Gezonde Volwassene, mits spanning voldoende wordt gereguleerd.

Klinische implicaties

Deze bevindingen zijn in lijn met eerder onderzoek naar GST bij persoonlijkheidsstoornissen en bieden handvatten voor verdere verfijning en afstemming van GST voor MBD, met specifieke aandacht voor het balanceren van therapeutische intensiteit en draagkracht van patiënten.

Referenties en literatuur

  1. Baxendell, R.S., Schmitter, M., Spijker, J., Keijsers, G. P. J., Tendolkar, I., & Vrijsen, J. N. Measuring Early Maladaptive Schemas in Daily Life. Cogn Ther Res (2025). https://doi.org/10.1007/s10608-025-10574-5

Elise van der Stouwe
UCP, UMCG

Kernwoorden

Stoelentechniek; virtual reality; transdiagnostisch; innovatie

Introductie

Stoelentechniek is een kerninterventie binnen de Schematherapie en wordt gebruikt om dialogen tussen verschillende schemamodi experiëntieel vorm te geven. Deze techniek kan echter onwennig en spannend zijn voor zowel patienten als therapeuten en doet een beroep op het abstract denken. Virtual Reality (VR) biedt de mogelijkheid om innerlijke representaties van modi concreet en visueel te maken door middel van avatars. Dit opent nieuwe mogelijkheden voor het uitvoeren van stoelentechniek, maar roept ook fundamentele vragen op over de werking en impact van deze interventie in een VR-omgeving.

Materiaal en methodes

In het VR-STEM project worden stoelenoefeningen uit de schematherapie uitgevoerd in een Virtual Reality-omgeving, waarbij schemamodi (zoals het kwetsbare kind en de bestraffende ouder) worden weergegeven door avatars. De therapeut stuurt deze avatars aan en faciliteert de dialoog, vergelijkbaar met traditionele stoelentechniek. In de eerste fase van het project vinden er twee focusgroepen plaats: met patienten met ervaring met schematherapie en met behandelaren. Op basis van hun input worden de oefeningen aangescherpt.

In de volgende fase wordt een pilotstudie uitgevoerd om de haalbaarheid, acceptatie en potentiële werkzaamheid te onderzoeken bij 30 patiënten van verschillende teams van het UCP (tertiaire zorginstelling). Er wordt gebruikgemaakt van een combinatie van kwantitatieve metingen (waaronder schema-modi, zelfcompassie, zelfkritiek en affect) en kwalitatieve evaluaties van ervaringen (zoals emotionele impact en therapeutische relatie).

Deze studie bouwt voort op onze eerdere studies waarin een eenmalige VR-stoelentechniek leidde tot veranderingen in zelfcompassie en zelfkritiek bij studenten met een hoge mate van zelfkritiek.

Resultaten

Uit de focusgroepen bleek dat zowel patiënten als behandelaren het visueel en interactief maken van schemamodi als waardevol ervaren. Met name het direct kunnen reageren op een modus (bijvoorbeeld door een avatar te laten krimpen of weg te sturen) werd gezien als een krachtige toevoeging. De grootste meerwaarde werd verwacht bij dialogen met oudermodi.

Behandelaren gaven input voor een heldere introductie en toepassing binnen een sessie. Patiënten benadrukten het belang van een veilige, neutrale omgeving en meer keuzemogelijkheden in avatars; deze suggesties worden meegenomen in vervolgonderzoek.

De eerste pilotervaringen suggereren dat de concrete dialoog met modi als helpend wordt ervaren. Tegelijkertijd kan de immersieve setting spanning oproepen, bijvoorbeeld door verminderde controle over de fysieke omgeving. Definitieve resultaten zullen op het congres worden gepresenteerd.

Discussie en conclusie

Virtual Reality zou een waardevolle aanvulling kunnen zijn op stoelentechniek binnen de schematherapie. Wellicht voor een aantal patienten zou het visueel en directer interactief maken van schemamodi via avatars kunnen bijdragen aan toegankelijkheid en impact van de stoelentechniek. Tegelijkertijd kan de immersieve aard van VR spanning oproepen, wat het belang van een zorgvuldige introductie en een gevoel van veiligheid benadrukt. Een belangrijke limitatie is dat het in deze studie een eenmalige oefening betreft, los van een lopend behandeltraject. Toekomstig onderzoek dient te onderzoeken hoe VR effectief geïntegreerd kan worden binnen reguliere schematherapie.

Klinische implicaties

De inzet van Virtual Reality binnen de stoelentechniek kan therapeuten een concreet en ervaringsgericht hulpmiddel bieden om schemamodi inzichtelijk en bewerkbaar te maken. Dit kan met name helpend zijn voor patiënten die moeite hebben met de reguliere stoelentechniek of met abstracte verbeelding.

Referenties en literatuur

  1. Hidding, M., Veling, W., Pijnenborg, G. H. M., & van der Stouwe, E. C. D. (2025). Facing your inner critic: A randomized controlled trial investigating a virtual reality intervention with and without a perspective change for excessive self‑criticism. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry, 89, 102053.