Grenzen verleggen in de schematherapie: ervaringsgericht, kortdurend en contextgevoelig behandelen

Beknopte samenvatting symposium

Schematherapie is voortdurend in ontwikkeling. Nieuwe inzichten leiden tot terugkerende klinische en wetenschappelijke vragen: hoe kunnen ervaringsgerichte interventies verder worden verfijnd? Wat is een effectieve behandelduur? En wat werkt voor wie, en waarom?

In dit symposium worden drie innovatieve bijdragen gepresenteerd die actuele dilemma’s in de klinische praktijk verbinden aan direct toepasbare inzichten.

Karin Timmerman en Imke Wiersma introduceren FEEL (Feel the Experience to Enhance Life), een multidisciplinaire vaktherapeutische interventie, ontwikkeld met behulp van de Intervention Mapping-methode. De interventie is gericht op het ontwikkelen van psychologische adaptiviteit bij mensen met persoonlijkheidsproblematiek. Deze richt zich op het vergroten van contact met emoties en emotionele basisbehoeften, emotieregulatie en zelfzorg als basis voor adaptiviteit. In lopend vervolgonderzoek wordt momenteel onderzocht wanneer deze vaktherapeutische interventie het best kan worden ingezet. Wat is het effect van deze ervaringsgerichte “warming-up” voorafgaand aan behandeling in de ggz?

Daarnaast presenteren Maaike van Velzen en William Hoogenboom de eerste resultaten van een pilotstudie naar kortdurende experiëntiële groepsschematherapie. Zij lichten tevens de TEN-GO-studie (Time-limited Experiential versus Long-Term Schema Therapy; a non-inferiority trial for groups of outpatients with personality disorders) toe, waarin wordt onderzocht of kortdurende groepsschematherapie mogelijk even effectief is als langdurige behandeling. Op basis van de pilotresultaten en de onderzoeksopzet staat een herkenbare klinische vraag centraal: hoe kort kan schematherapie zijn zonder verlies van effectiviteit? Tot slot staan zij aan de hand van een casus stil bij de ervaring van zowel een cliënt als een therapeut van de kortdurende schemagroep.

Tot slot bespreekt Marlieke Wilms bevindingen uit kwalitatief onderzoek naar de keuze tussen individuele en groepsschematherapie bij jongeren. Het onderzoek combineert expertkennis van schematherapeuten met ervaringskennis van jongeren die zelf schematherapie hebben gevolgd. Hoewel beide perspectieven belangrijke overeenkomsten laten zien, worden ook duidelijke klinische spanningen zichtbaar rond indicatiestelling, therapeutische veiligheid en groepsdynamiek.

Gezamenlijk laten deze bijdragen zien hoe schematherapie zich ontwikkelt richting steeds specifieker maatwerk, afgestemd op interventies, behandelduur en patiëntbehoeften.